Persbericht,15 januari 2013
Vandaag is de oud-directeur van Het Nederlands Spoorwegmuseum, Marie-Anne Asselberghs, in haar woonplaats Utrecht overleden. Asselberghs was van 1961 tot 1984 directeur van Het Spoorwegmuseum. In deze hoedanigheid is ze van onmisbare waarde geweest voor het behoud van het erfgoed van de spoorwegen. Na haar pensionering in 1984 was ze jarenlang een van de drijvende krachten achter de Vereniging Vrienden van Het Spoorwegmuseum. Marie-Anne Asselberghs is 93 jaar oud geworden.

Als klein meisje groeide Marie-Anne Asselberghs al op tussen de treinen, haar vader Henri was sinds 1928 directeur van het Nederlands Spoorwegmuseum. Op 18-jarige leeftijd kwam de jong Marie-Anne ook in dienst bij het museum, als assistent van de directie. Met de heropening van het Spoorwegmuseum in het voormalige Maliebaanstation, eind 1954, werd ze benoemd tot conservator. Asselberghs werd in die functie een actieve verzamelaar van spoorwegobjecten: "In Nederland is men tot 1915 eigenlijk nooit op het idee gekomen iets te bewaren voor een latere museumcollectie. Het verwerven van voorwerpen is een sport op zich!" In 1961 trad ze in de voetsporen van haar vader en werd ze directeur van Het Nederlands Spoorwegmuseum. Het was een bijzonder gegeven dat in een mannenwereld, wat het spoorbedrijf in die tijd was, een vrouw de scepter zwaaide. Haar grote kennis en ervaring, alsmede ook haar nuchterheid, maakte haar tot een zeer gekwalificeerde directeur. Zelf vond ze het niet zo bijzonder, haar 25-jarig jubileum werd niet gevierd omdat ze dat absoluut niet belangrijk vond. Het museum, dat vond ze belangrijk. Ze zou tot haar pensioen directeur blijven en ze zorgde voor een stijging van de bezoekersaantallen van het museum. De huidige directeur Paul van Vlijmen: "Zonder haar grote gevoel voor de samenstelling van de collectie zou Het Spoorwegmuseum nooit zo bijzonder geworden zijn. Haar bijdrage aan de samenleving is van onuitwisbare waarde, waarvoor wij haar blijvend dankbaar zijn."



Biografie

Marie-Anne Asselberghs
19 augustus 1919 - 15 januari 2013
"De eerste officiële bewaarster van de spoorweghistorie"
Op 1 februari 1961 werd Mejuffrouw Marie- Anne (Mimi) Asselberghs benoemd tot directeur van Het Nederlands Spoorwegmuseum in Utrecht. Zij trad daarmee in de voetsporen van vier mannen die elk hun sporen hadden verdiend bij de Nederlandse Spoorwegen. Hoe wist Asselberghs deze functie als vrouw bijna 25 jaar succesvol te vervullen?

Nourri dans le serail...

Marie-Anne Asselberghs was de oudste dochter van Henri Asselberghs (1887-1980) die sinds 1928 de nieuwe directeur van Het Spoorwegmuseum was. Om het goede verloop van haar studie aan het gymnasium te bevorderen, nam vader Henri zijn dochter vaak mee naar het museum. Wanneer Marie-Anne eenmaal haar huiswerk had afgerond, ging ze dwalen in de depots met museumobjecten. Ze groeide er dus vanzelf in.
Op haar 18e solliciteerde Marie-Anne naar de functie ‘assistent van de directie' en werd ze verantwoordelijk voor allerlei administratieve en organisatorische taken. Met de heropening van Het Spoorwegmuseum in het voormalige Maliebaanstation eind 1954 werd ze benoemd tot conservator. Asselberghs werd toen een actieve verzamelaar van spoorwegobjecten: "In Nederland is men tot 1915 eigenlijk nooit op het idee gekomen iets te bewaren voor een latere museumcollectie. Het verwerven van voorwerpen is een sport op zich!" (Beatrijs 11 mei 1957, p.8-10). Zo wist ze met steun van de Vereniging Rembrandt een schilderij van Andreas Schelfhout uit 1846 te verwerven, een juweeltje uit de Romantische school, een landschap met op de achtergrond een trein.
In 1956 organiseerde Asselberghs een tentoonstelling waarvoor ze leerlingen had uitgenodigd het museum te bezoeken en hun favoriete object te schetsen. De filmzaal transformeerde toen tot een ‘fleurige tentoonstelling' van 52 ijverig getekende kunstwerkjes. Tot de dag van vandaag zet het museum deze lijn voort en betrekt het kinderen bij tentoonstellingen en evenementen.

Geen spoorwegfanaat

Tijdens rondleidingen bracht Asselberghs de geschiedenis van de spoorwegen tot leven en bleek vooral haar toewijding aan de museumcollectie. Volgens een journalist spreekt ze "met tedere liefkozing over de [locomotieven] SS13 en de SS326, die als overgrootvaders links van het perron staan opgesteld, vlak achter de Arend-kopie uit '39. [...] Voor juffrouw Asselberghs zijn deze trekkrachten, én de wagens, van trein en tram, die ertussen, en ernaast staan, gekoesterde huisdieren." (Het Vrije Volk, 7 aug. 1957, p.5). Asselberghs stoorde zich echter aan het idee van mensen die denken dat spoorweggeschiedenis haar hobby is: "dat is geen hobby, dat is een baan, net als andere banen." (De Koppeling, 19 juni 1964, p.7).
Op 1 februari 1961 werd Asselberghs benoemd tot directeur van Het Spoorwegmuseum, of zoals dat in het NS-tijdschrift De Koppeling mooi werd verwoord, "de eerste officiële bewaarster van de spoorweghistorie in Nederland." Vader Henri, die in 1954 met pensioen was gegaan, was over-blij: "Ik beschouw het als een bekroning op mijn werk."

Asselberghs moest zich echter verzetten tegen een veelvoorkomende verbazing bij zowel mannen als vrouwen dat Het Spoorwegmuseum werd geleid door een vrouw. "Laat het nu, dwars tegen onze verwachtingen in, toch een vrouw zijn, die hier de scepter zwaait!" aldus het vrouwenweekblad Rosita (1963). Het spoorbedrijf was bij uitstek een mannenwereld en ook binnen Het Spoorwegmuseum moest Asselberghs leiding geven aan enkel mannelijke medewerkers. Mejuffrouw Asselberghs weerde zich stellig, want: "er zijn wel meer technische musea [zoals Museum Boerhaave en Het Scheepvaartmuseum] met een vrouw aan het hoofd ... toch niet direct damesmusea." (Reformatorisch Dagblad). Het waren haar uitgebreide kennis en ervaring die haar tot de meest gekwalificeerde persoon voor deze functie hadden gemaakt. Zo bleef het aantal bezoekers stijgen en zorgde ze er voor dat perronoverkappingen werden gebouwd ter bescherming van het rollend materieel.

Hart voor de zaak

In 1981 werd in de sfeervolle restauratie van station Haarlem aan Eerste Kamerlid Bas de Gaay Fortman het eerste exemplaar van het boek Daar komt de trein aangeboden. Asselberghs had dit kleurrijke kijkboek samengesteld dat zich niet zozeer richtte op treinliefhebbers, maar met name de wereld van het reizen tijdens anderhalve eeuw spoorwegen beschreef. Het boek werd het positief ontvangen: "Er zijn van die boeken die kún je niet beschrijven," aldus de recensent, "daar moet je gewoon zelf in bladeren en al bladerend verrukt raken van het gebodene." (Tussen de Rails, dec 1981, p. 43).
In 1984 trad mevrouw Asselberghs af als directeur. Als historicus, onderhandelaar en presentator, conservator, chef van dienst, public relations officer, spoorweglobbyist, publicist, personeelchef en soms ook gids was zij een veelzijdig directeur met hart voor de zaak. Bij haar afscheid ontving zij uit handen van burgemeester Lien Vos-van Gortel de zilveren stadsmedaille van Utrecht met de inscriptie "M.A. Asselberghs, 1937-1984, zette door haar museale arbeid tallozen op het Utrechtse spoor." Ook na haar pensioen bleef Asselberghs nog aan het museum verbonden om als bestuurslid leiding te geven aan de Vereniging van Vrienden en om de museumcollectie te beschrijven (een wandeling langs de verzameling, 1987).

Mejuffrouw

Mejuffrouw Mimi Asselberghs was ondanks haar liefde voor boeken zelf een gesloten boek. Behalve haar belangstelling voor 19e en 20e eeuwse geschiedenis, de hobby om gedichten te declameren en haar nauwe band met haar vader is eigenlijk weinig bekend van Marie-Anne's privéleven. Met haar vader Henri als directeur van Het Spoorwegmuseum groeide Marie-Anne er vanzelf in. Vervolgens maakte ze als een moderne vrouw carrière, onderaan de ladder begonnen als assistent om uiteindelijk het tot directeur te schoppen. Aan Asselberghs' grote verzameldrift van kleine en grote spoorwegobjecten dankt het museum haar zeer omvangrijke collectie. Na 25 jaar vierde Marie-Anne Asselberghs haar jubileum niet, want ze vond zichzelf niet belangrijk. Het museum, dat was álles voor haar.

Asselberghs-zaal

Marie-Anne Asselberghs kun je op verschillende plekken in Het Spoorwegmuseum nog tegenkomen. Met een blik op oneindig pronkt haar portret tussen haar collegae in de kantoorvilla aan de Maliebaan; op ontelbare kaartjes met objectomschrijvingen kun je haar onnavolgbaar mooie handschrift lezen; en de bibliotheek bevindt zich in de Asselberghs-zaal.

Verlies

Het Nederlands Spoorwegmuseum verliest in Mejuffrouw Marie-Anne Asselberghs een icoon. Met haar markante verschijning, met haar grijze haar immer in de zo kenmerkende knot, met haar schotse rok en zwartfluwelen jasje, zo staat Mimi op ons netvlies geëtst.

In de collectie zijn Marie-Anne's publicaties te lezen, zoals:

• Het ijzeren paard : Versierd verslag van de lotgevallen van de stoomlocomotief / Marie-Anne Asselberghs. - Amsterdam : Bezige Bij, 1959. - 226 p. : ill. ; 26 cm

• De trein hoort erbij : Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland / Marie-Anne Asselberghs, Gerard Douwe, Jaap Romijn en H. Schaafsma. - Utrecht : Bruna, 1964. - 160 p. : ill. ; 18 cm. - (Zwarte beertjes ; 800)

• Van d'Een honderd Roe naar Lombardijen : 125 jaar stations in beeld / Marie-Anne Asselberghs. - Den Haag : Kruseman, 1968. - 132 p. : ill. ; 19 x 25 cm

• Met de groeten van Trijn : spoorwegen op oude ansichtkaarten uit de verzameling van het Nederlands Spoorweg Museum / Marie-Anne Asselberghs. - Blaricum : Bigot & Van Rossum, 1971. - 93 p. : ill. ; 15 x 23 cm

• Daar komt de trein / Marie-Anne Asselberghs. - Amsterdam : Bezige Bij, 1981. - 240 p. : ill. ; 27 cm

• Nederlands Spoorwegmuseum : een wandeling langs de verzameling / Marie-Anne Asselberghs. - Utrecht : Stichting Nederlands Spoorwegmuseum ; N.V. Nederlandse Spoorwegen, 1987. - 80 p. : ill. ; 20 x 23 cm

 

Zie ook onze andere artikelen over gezellige Dagtrips en leuke Evenementen!

Voor leuke vakantiereizen kijk hier!

RSS / Twitter